Direct naar de inhoud
NL · EUR
Nederlands (€)English (€)Deutsch — bald verfügbar
Over onsInloggen
← Terug naar Kennis Persoonlijk

Als ze maar gelukkig zijn

Het is de wens die ouders het vaakst uitspreken, en de meest liefdevolle. Toch kan een kind er weinig mee. Geluk is geen doel dat je kunt halen; het ontstaat als andere dingen goed zitten. Dit artikel gaat over wat die andere dingen zijn, en wat ouders eraan kunnen bijdragen.

Sfeer studenten

Een wens zonder route

Vraag ouders wat ze voor hun kinderen willen. De kans is groot dat het antwoord kort is: als ze maar gelukkig zijn. Het klinkt bescheiden. Geen eisen over studie, beroep of partner. Geen verwachtingen waar een kind aan moet voldoen. Alleen dit ene.

Juist daarom valt het zelden op hoe groot die opdracht is. Een diploma kun je halen. Een baan kun je vinden. Maar gelukkig zijn is geen plek waar je aankomt. Het is een gevoel, en een gevoel blijft niet hetzelfde. Wie op zondag gelukkig is, kan op dinsdag somber zijn, zonder dat er iets mis is. Een kind dat de wens serieus neemt, krijgt dus een doel mee dat je niet kunt halen en niet kunt vasthouden. En er is geen route naartoe.

Geluk kun je niet najagen

Er is zelfs onderzoek dat erop wijst dat de wens zichzelf in de weg zit. De psycholoog Iris Mauss en haar collega’s lieten in onderzoek zien: mensen die het heel belangrijk vinden om gelukkig te zijn, voelen zich in een prettige situatie juist minder gelukkig dan anderen. Wie geluk tot maatstaf maakt, gaat meten. En wie meet, ziet vooral wat er ontbreekt.

De psychiater Viktor Frankl zei het al eerder en korter: geluk kun je niet najagen, het moet volgen. Het is een gevolg, geen doel. Het ontstaat als je bezig bent met iets wat voor je telt, tussen mensen bij wie je hoort, op een manier die bij je past.

Wat de wens met een kind doet

Dat ouders het goed bedoelen, staat niet ter discussie. Maar een kind hoort meer dan de woorden alleen. Er kunnen ongemerkt drie dingen meekomen.

Somber zijn wordt een probleem. Als geluk het enige is wat je ouders van je vragen, is verdriet niet meer alleen verdriet. Je stelt je ouders er ook mee teleur. Sommige kinderen leren dan hun verdriet te verbergen. Juist voor de mensen bij wie ze het het meest zouden moeten kunnen laten zien.

De maatstaf komt buiten het kind te liggen. Een kind let op hoe zijn ouders reageren. Ontspannen gezichten betekenen dat het goed gaat. Een bezorgde blik betekent dat er iets moet veranderen. Zo leest een kind zijn geluk af aan het gezicht van een ander, in plaats van aan zichzelf. Dat is hetzelfde patroon waarbij mensen hun zekerheid lenen bij anderen, in plaats van die zelf te dragen.

Wat gezegd wordt en wat beloond wordt, zijn vaak twee verschillende dingen. Dit is misschien het belangrijkste. De wens luidt: “als je maar gelukkig bent”. Maar aan tafel wordt het goede cijfer gevierd, de doorzetter geprezen en het meegaande kind makkelijk genoemd. Kinderen leren van wat beloond wordt, niet van wat gewenst wordt. Zo kan iemand opgroeien met veel gedrag dat goed werkt en gewaardeerd wordt, maar dat niet uit hemzelf voortkomt. Dat gedrag kost energie, ook als het lukt.

Waar geluk wel uit voortkomt

Als geluk een gevolg is, wordt de vraag: een gevolg waarvan? In onderzoek en in de praktijk komen steeds dezelfde bronnen terug. Ze liggen vooral in de persoon zelf.

Doen wat bij je past. Er is gedrag dat vanzelf gaat en energie geeft. In de me.scan heet dat Natuurlijke Kracht: gedrag dat hoort bij een thema dat je van nature aantrekt. Wie daar veel ruimte voor heeft, hoeft minder vaak bij te tanken.

Erbij horen en jezelf kunnen zijn. Mensen hebben twee behoeften die tegen elkaar in kunnen gaan: ergens bij horen en zich onderscheiden. De psycholoog Marilynn Brewer beschreef hoe mensen steeds een evenwicht zoeken tussen die twee. Ook de onderzoekers Edward Deci en Richard Ryan zien verbondenheid en zelf kunnen kiezen als basisbehoeften voor welzijn. Daarnaast noemen ze het gevoel dat je iets kunt. De me.scan spreekt van verbondenheid en eigenheid. Geen van beide is op zichzelf genoeg. Wie alleen erbij hoort, raakt zichzelf kwijt. Wie alleen zichzelf is, staat alleen.

Voelen wat voor jou van waarde is. Niet wat je hoort te vinden, maar wat jou raakt. Wie dat voelt, kan daarop kiezen, ook als de weg nog onduidelijk is.

Je eigen maat kennen. Weten waar voor jou de grens ligt, wat je van jezelf vraagt en wat niet. Heldere eigen normen geven houvast. Je hoeft niet bij elke keuze opnieuw af te wegen wat je vindt. En je weet wanneer iets voor jou te ver gaat.

Die laatste twee horen in de me.scan bij wat we de kern noemen: wat iemand over zichzelf voelt, weet, ziet en begrijpt. De kern heeft vier dimensies:

  • Passie: voelen wat voor jou van waarde is.
  • Vorm: je eigen maat kennen.
  • Actie: zien dat jij degene bent die kan handelen.
  • Aanpassing: begrijpen wat een situatie redelijk vraagt.

Het model van de me.scan gaat ervan uit dat wie zich van alle vier bewust is, ook onder druk meer houvast heeft. Dat komt niet doordat alles lukt. Het komt doordat dat houvast niet afhangt van hoe iets afloopt.

Wat ouders wel kunnen doen

Geluk kun je niet geven. Maar een deel van de bronnen waar het uit voortkomt, krijgt vorm in het gezin. Niet alles, en niet op een maakbare manier: kinderen uit hetzelfde gezin ontwikkelen zich vaak heel verschillend. Toch doen een paar dingen ertoe.

Laat zien wat jij belangrijk vindt en waar jouw grens ligt. Voelen wat van waarde is en je eigen maat kennen krijgen vermoedelijk in eerste instantie vorm in het gezin en de omgeving waarin iemand opgroeit. Een kind leert niet wat van waarde is van een ouder die zegt dat alles goed is, zolang het maar gelukkig is. Het leert dat van een ouder die laat zien wat hij of zij zelf belangrijk vindt, en waar de grens ligt. Niet om het kind daaraan vast te binden, maar om het een vertrekpunt te geven voor wat het zelf vindt. Eigen normen ontstaan zelden uit het niets. Vaak ontstaan ze juist doordat je je afzet tegen die van je ouders. Wie geen normen laat zien, geeft een kind ook niets om tegenaan te duwen.

Het omgekeerde bestaat ook. Normen die geen enkele ruimte laten, worden geen vertrekpunt maar een keurslijf: ze zitten zo strak dat een kind er niet uit kan. Dan leert een kind vooral wat er van het kind verwacht wordt, en minder wat het zelf vindt. Onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen wijst al tientallen jaren dezelfde kant op. De psycholoog Diana Baumrind vond dat kinderen zich gemiddeld het best ontwikkelen bij ouders die warm zijn én duidelijke verwachtingen hebben. Die ouders leggen ook uit waarom. Dus niet streng zonder warmte, en ook niet warm zonder richting.

Kijk naar wat je kind trekt, niet naar wat je hoopt. Wat iemand van nature aantrekt, kun je niet aanpraten. Je kunt het wel opmerken. Waar gaat de tijd vanzelf? Waar krijgt je kind energie van? Dat is iets anders dan waar het goed in is. Een kind kan hoge cijfers halen voor een vak waar het verder niets mee wil. En het kan eindeloos bezig zijn met iets waar niemand het ooit voor prijst. Het eerste laat zien wat beloond wordt. Het tweede laat zien wat het kind trekt.

Een me.scan kan daarbij helpen. Voor kinderen en jongeren onder de zestien loopt de me.scan altijd via ouders of school. Daarvoor is er een kindversie, voor kinderen vanaf acht of negen jaar, met dezelfde beelden en met competenties die bij hun leeftijd passen. Het profiel laat zien waar de energie van een kind zit. Dat is soms ergens anders dan waar de prestaties zitten. Belangrijk is wel voor wie het profiel is: het is van het kind. De ouder is gesprekspartner, geen beslisser.

Geef ruimte om te proberen en te mislukken. Zien dat jij degene bent die kan handelen, en begrijpen wat een situatie vraagt: die twee krijgen vermoedelijk vooral vorm door eigen ervaring. Dat gaat niet zonder fouten. Wie een kind elke teleurstelling bespaart om het gelukkig te houden, neemt juist de ervaringen weg waar het op kan bouwen. De kinderpsychiater Donald Winnicott sprak niet voor niets van de ouder die “goed genoeg” is. Zo’n ouder is betrouwbaar genoeg om op te steunen. Maar hij is niet zo volmaakt dat het kind nooit iets zelf hoeft te doen.

Laat verdriet verdriet zijn. Een kind dat ongelukkig mag zijn zonder dat het de ouder iets kost, hoeft zijn gevoel niet te verstoppen. Pas dan kun je samen kijken wat er aan de hand is.

Een andere wens

Misschien helpt het om de wens anders te verwoorden. Niet “als je maar gelukkig bent”, maar:

  • dat je voelt wat voor jou van waarde is;
  • dat je je eigen maat kent, ook als niemand meekijkt;
  • dat je durft te doen wat bij je past;
  • dat je mensen vindt bij wie je hoort, zonder jezelf daar kwijt te raken.

Die wensen zijn niet makkelijker te vervullen. Maar ze wijzen een richting aan, en ze laten ruimte voor een slechte dag. Wie ze waarmaakt, heeft een goede kans dat het geluk volgt. Niet altijd en niet constant, maar vaak genoeg.

Voor wie de wens zelf heeft meegekregen

Veel volwassenen herkennen zich hierin niet als ouder, maar als kind. Ze kregen alle vrijheid, en merken nu dat ze niet goed weten wat ze willen. Dat is geen gebrek aan karakter. Wie weinig had om zich tegen af te zetten, had minder kans om te ontdekken waar zijn eigen grens ligt. En wie leerde zijn gevoel af te lezen aan het gezicht van een ander, heeft minder kunnen oefenen met voelen wat hij zelf belangrijk vindt.

Dat is in te halen. Niet door harder naar geluk te zoeken, maar door jezelf dezelfde vragen te stellen. Wat raakt me? Waar ligt mijn grens? Wat gaat bij mij vanzelf? En bij wie kan ik horen zonder mezelf kwijt te raken?


De me.scan is er voor volwassenen en voor jongeren vanaf zestien jaar. Kinderen en jongeren onder de zestien doen de me.scan via hun ouders of school; voor kinderen vanaf acht of negen jaar is er een kindversie. Het profiel laat zien welke thema’s iemand van nature aantrekken, welk gedrag uit iemand zelf voortkomt en welk gedrag is aangeleerd. Ook laat het zien hoe de kern eronder eruitziet: wat iemand over zichzelf voelt, weet, ziet en begrijpt. Wat het profiel niet laat zien, is hoe iemand is opgevoed. Het beschrijft waar iemand nu staat, niet hoe hij daar gekomen is.

Over zekerheid die je leent in plaats van zelf draagt, lees je meer in Je bent niet wat je presteert. Over waarom niet weten wat je wilt geen begin is maar een gevolg, gaat het artikel over de cirkel van de stilstand.

Achtergrond

  • Baumrind, D. (1971). Current patterns of parental authority. Developmental Psychology Monographs, 4(1, Pt. 2), 1–103.
  • Brewer, M.B. (1991). The social self: On being the same and different at the same time. Personality and Social Psychology Bulletin, 17(5), 475–482.
  • Frankl, V.E. (1984). Man’s Search for Meaning (herziene uitgave, voorwoord). New York: Simon & Schuster. (Oorspronkelijk 1946.)
  • Mauss, I.B., Tamir, M., Anderson, C.L. & Savino, N.S. (2011). Can seeking happiness make people unhappy? Paradoxical effects of valuing happiness. Emotion, 11(4), 807–815.
  • Ryan, R.M. & Deci, E.L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55(1), 68–78.
  • Winnicott, D.W. (1953). Transitional objects and transitional phenomena. International Journal of Psycho-Analysis, 34, 89–97.

Benieuwd naar je eigen talent?

Start met de online intake en ontdek je fundament.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Nieuwe kennisartikelen en inzichten over talent, teams en de methode. Afmelden kan altijd.

Nieuwsbrief
A
AimeAI-ontwikkelassistent van me.scan · demo
Hoi! Ik ben Aime, de AI-ontwikkelassistent van me.scan. Waar kan ik je mee helpen?
Demo – in de live omgeving praat je hier met Aime.
This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.