Een compliment, en dan twee nachten wakker
Op maandag presenteert ze een plan aan de directie. Het plan valt goed. Na afloop zegt een van de directeuren dat hij in jaren niet zo’n helder voorstel heeft gezien. De rest van de week voelt ze zich sterk. Ze pakt klussen op die ze eerst uitstelde. Ze zegt vaker wat ze denkt in overleg. Ze voelt zich iemand die het kan.
Op vrijdag stuurt een collega haar een korte mail. Hij heeft twee kritische vragen over de cijfers. Gewone vragen, niets ernstigs. Toch ligt ze er twee nachten wakker van. Dat komt niet doordat de vragen moeilijk zijn. Het komt doordat het goede gevoel van maandag begint te wankelen. Dat gevoel kwam niet uit haarzelf, maar uit het compliment. Je zou kunnen zeggen: ze had haar zekerheid geleend. En nu wordt die teruggevraagd.
Herken je dit? Dan ben je niet de enige. Veel mensen gaan zo met zichzelf om. Toch wordt er weinig over gepraat. Van buiten lijkt het namelijk op zelfvertrouwen.
Als je waarde afhangt van wat lukt
De psycholoog Carl Rogers beschreef al in de jaren vijftig hoe dit begint. Kinderen merken dat ze gewaardeerd worden onder voorwaarden: als je lief bent, als je goede cijfers haalt, als je niet huilt. Hij noemde dat voorwaarden voor waarde. Wie dat lang genoeg meemaakt, gaat die voorwaarden zelf gebruiken. Dan hoeft niemand meer te zeggen dat je alleen iets waard bent als het lukt. Je zegt het tegen jezelf.
De Amerikaanse onderzoeker Jennifer Crocker liet zien wat dat in de praktijk doet. Ze volgde studenten die wachtten op een brief: waren ze toegelaten tot een vervolgopleiding of niet? Sommige studenten voelden zich vooral iets waard als ze goed presteerden in hun studie. Bij hen schoot het gevoel van eigenwaarde omhoog op de dag dat ze werden toegelaten. Op de dag van een afwijzing zakte het weg. Bij de andere studenten veranderde dat gevoel veel minder. De brieven waren voor beide groepen hetzelfde. Maar voor de eerste groep ging zo’n brief over wie ze waren.
Daar zit het probleem. Als je goede gevoel over jezelf afhangt van resultaten, moet je het steeds opnieuw verdienen. Een succes geeft je dat gevoel maar even. En een tegenvaller gaat dan niet alleen over wat er misging. Hij gaat over jou.
Waarom zoveel mensen dit doen
Als dit zo wankel is, waarom komt het dan zo vaak voor? Omdat het werkt. Wie zich iets waard voelt door te presteren, presteert vaak goed. Wie zich iets waard voelt als anderen hem waarderen, is vaak prettig om mee te werken. Hij is betrouwbaar en doet graag iets extra. De omgeving beloont dat. En die beloning voelt als bewijs dat je het goed doet.
Bovendien draait er in ons leven veel om resultaten die je kunt zien. Cijfers, beoordelingen, targets, likes: ze zijn duidelijk en ze zijn er altijd. Wat jij zelf belangrijk vindt, en waar jouw eigen grens ligt, is veel moeilijker te zien. Het is dus logisch dat mensen hun zekerheid halen waar dat het makkelijkst is.
Wat het je kost
Als je je waarde laat afhangen van prestaties of complimenten, betaal je daar een prijs voor. Elke situatie voelt dan als een toets. Een presentatie is niet zomaar een presentatie, maar een oordeel over jou. Iets nieuws leren wordt eng, want een fout zegt dan iets over jou en niet alleen over je aanpak. Collega’s worden een publiek dat je beoordeelt, in plaats van mensen met wie je samenwerkt. En je bent eigenlijk altijd een beetje op je hoede. Het goede gevoel kan immers elk moment weer weg zijn.
Op de lange duur heeft dat twee gevolgen. Over allebei gaat een apart artikel.
- Uitputting. Je blijft doen wat anderen waarderen, ook als het niet uit jezelf voortkomt. Dat kost energie. Maar je merkt het niet, want het lukt.
- Stilstand. Als je niet mag mislukken, probeer je minder nieuwe dingen. Daardoor ontdek je steeds minder van wat je echt drijft.
Trots en vertrouwen
Hier helpt een onderscheid tussen trots en vertrouwen. In gewone taal lopen die woorden vaak door elkaar. Toch is het verschil groot.
Trots komt achteraf. Je bent trots op iets wat gelukt is. Daar is niets mis mee. Het is goed om te genieten van iets wat je goed hebt gedaan. Het wordt pas een probleem als trots het enige is waar je op steunt. Na een succes voel je je dan even goed, maar dat gevoel raakt op. En na elke tegenvaller voel je je minder waard.
Vertrouwen is er al vooraf. Het hangt niet af van hoe iets afloopt. Het steunt op iets wat dieper ligt dan wat je doet. Twee dingen zijn daarbij het belangrijkst. Die kun je van niemand lenen:
- Voelen wat voor jou van waarde is. Dus niet wat je hoort te vinden, en niet wat anderen belangrijk vinden, maar wat jou raakt en bij je hoort. Dat voel je; je hoeft er niet over na te denken.
- Je eigen maat kennen. Weten waar voor jou de grens ligt, wat je van jezelf vraagt en welk ritme bij je hoort. Ook als niemand meekijkt.
Wie op die twee dingen steunt, kan iets zien mislukken zonder dat hij zelf mislukt is. De kritische mail gaat dan gewoon over de cijfers. Dat is vervelend, soms zelfs pijnlijk. Maar het tast niet aan wie je bent.
Het lastige is dat trots en vertrouwen er van buiten hetzelfde uit kunnen zien. Twee mensen kunnen even goed presenteren, even stellig zijn in een vergadering en evenveel complimenten krijgen. De een steunt op vertrouwen. De ander steunt op het applaus van de vorige keer. Je ziet het verschil pas als het applaus een keer uitblijft.
Waar steunt jouw zekerheid op?
Met deze vier vragen kun je dat bij jezelf nagaan. Er zijn geen goede of foute antwoorden. Het gaat om wat je opvalt.
- Hoe lang heb je plezier van een compliment? Is het goede gevoel na een paar dagen weg, en heb je alweer een nieuw compliment nodig? Dan steun je vooral op waardering van buiten.
- Waar laat kritiek je aan twijfelen? Twijfel je na kritiek aan je aanpak, of aan jezelf?
- Zou je het ook doen als niemand het zag? Wat je blijft doen zonder dat iemand je waardeert, zegt iets over wat echt van jou is.
- Wat verlies je als iets mislukt? Alleen tijd en moeite? Of ook een stukje van wie je dacht te zijn?
Harder je best doen helpt niet
De oplossing die het eerst bij je opkomt, werkt hier niet. Haal je je zekerheid van buiten, dan helpt het niet om positiever over jezelf te denken. Een betere prestatie helpt ook niet. Dan leen je je zekerheid gewoon opnieuw: nu van je eigen gedachten, of van het volgende succes.
Voelen wat van waarde is en je eigen maat kennen leer je ook niet door erover na te denken. Het model van de me.scan gaat ervan uit dat je ze leert door ervaring. Je doet iets, je merkt wat het met je doet, en je krijgt er iets van terug uit je omgeving. Daar zit een valkuil. De ervaringen waar je het meest van leert, zijn juist eng als je je waarde laat afhangen van de uitkomst. Denk aan iets nieuws proberen, of iets doen waarvan je niet weet hoe het afloopt.
Daarom begint de weg terug niet met meer durven. Hij begint met iets kleiners: wat je doet loskoppelen van wat je van jezelf vindt. Een poging mag mislukken, zonder dat jij mislukt bent. Pas dan wordt iets proberen weer ontdekken, in plaats van jezelf bewijzen.
Begeleid je anderen? Let dan op de vragen die je stelt. Na een tegenvaller is “Wat ging er mis?” een vraag over de prestatie. “Wat heb je over jezelf gemerkt?” is een vraag over de persoon. Die tweede vraag haalt de aandacht weg van de uitkomst.
De me.scan laat zien welk gedrag vanzelf gaat en je energie geeft, en welk gedrag je hebt aangeleerd. Ook laat de me.scan zien wat daaronder ligt: wat je over jezelf voelt, weet, ziet en begrijpt. Hoe dat samenhangt met trots en vertrouwen, lees je in het verdiepende artikel Trots en vertrouwen: wat er onder het gedrag ligt.
Dit is het eerste van drie artikelen. Het tweede gaat over uitputting: waarom juist mensen bij wie het lukt moe kunnen worden van wat ze goed kunnen. Het derde gaat over de cirkel van de stilstand: waarom niet weten wat je wilt geen begin is, maar een gevolg.
Achtergrond
- Crocker, J., Sommers, S.R. & Luhtanen, R.K. (2002). Hopes dashed and dreams fulfilled: Contingencies of self-worth and graduate school admissions. Personality and Social Psychology Bulletin, 28(9), 1275–1286.
- Crocker, J. & Park, L.E. (2004). The costly pursuit of self-esteem. Psychological Bulletin, 130(3), 392–414.
- Kernis, M.H. (2003). Toward a conceptualization of optimal self-esteem. Psychological Inquiry, 14(1), 1–26.
- Rogers, C.R. (1959). A theory of therapy, personality, and interpersonal relationships, as developed in the client-centered framework. In S. Koch (red.), Psychology: A study of a science, Vol. 3 (pp. 184–256). New York: McGraw-Hill.
Benieuwd naar je eigen talent?
Start met de online intake en ontdek je fundament.
