Twee mensen, één vraag
Ze is tweeëntwintig en heeft net haar opleiding afgerond. Iedereen vraagt wat ze nu gaat doen, en ze weet het niet. Ze heeft vacatures bekeken, testen ingevuld en lijstjes gemaakt van wat ze leuk vindt. Niets daarvan maakt haar enthousiast. Dus wacht ze, in de hoop dat het vanzelf duidelijk wordt.
Hij is zevenenveertig. Op papier klopt zijn loopbaan: een goede functie, een goed salaris, waardering. Maar als iemand hem vraagt wat hij eigenlijk zou willen, valt er een stilte. Hij verbergt niets. Hij weet het gewoon niet. Hij heeft er al jaren niet meer naar gekeken.
Ze schelen een generatie, maar ze zitten in dezelfde cirkel. En die cirkel begint niet waar je zou denken.
De cirkel
Meestal denken we: je weet niet wat je wilt, en daarom zet je geen stappen. Eerst duidelijkheid, dan in beweging komen. Maar zo werkt het zelden. Vaak is het andersom: omdat je geen stappen zet, weet je niet wat je wilt.
De cirkel werkt zo:
- Elke nieuwe stap voelt als een risico. Als je gevoel van eigenwaarde afhangt van wat lukt, kost mislukken je niet alleen tijd. Het kost je ook een stukje van wie je bent. Dus kies je voor wat zeker lukt, of je kiest niet.
- Je doet weinig nieuwe ervaringen op. Wie weinig nieuws probeert, ontdekt ook weinig. Je komt niet te weten wat je raakt, waar je grens ligt en waar je energie van krijgt.
- Je gaat leunen op anderen. Wie dat allemaal niet weet, gaat meer af op wat anderen vinden en op wat zich eerder heeft bewezen. Dat voelt veilig. Maar de afstand tot jezelf wordt er groter door.
- De volgende stap voelt nog riskanter. Hoe groter die afstand, hoe enger een nieuwe stap. En dan begint het weer bij het begin.
Niet weten wat je wilt is dan geen beginpunt. Het is wat er overblijft als je lang genoeg niet hebt mogen uitproberen.
Waarom nadenken niet helpt
Het gebruikelijke advies zoekt het antwoord op de verkeerde plek. Denk goed na over wat je wilt. Maak een lijst van wat je belangrijk vindt. Doe een test. Dat is niet zinloos. Maar het gaat ervan uit dat het antwoord al ergens in je zit, en dat je het alleen nog moet vinden.
Herminia Ibarra, hoogleraar aan de London Business School, onderzocht hoe mensen van loopbaan veranderen. Ze schreef daar het boek Working Identity over. Haar conclusie: mensen weten zelden eerst wat ze willen om het daarna te doen. Mensen die een nieuwe richting vonden, deden dat door te experimenteren. Ze probeerden iets kleins, merkten wat het met hen deed en stuurden van daaruit bij. Het inzicht kwam na de ervaring, niet ervoor.
Dat past bij hoe je zicht krijgt op jezelf. Voelen wat voor jou van waarde is en je eigen maat kennen ontstaan niet door erover na te denken. Het model van de me.scan gaat ervan uit dat ze groeien door wat je beleeft, wat je ervaart en wat je terugkrijgt van de wereld om je heen. Wie die ervaringen niet opdoet, mist precies de bron waar het antwoord vandaan moet komen.
Het is ook geen toeval dat dit jonge mensen vaak zo zwaar valt. Wat je van waarde vindt en welke maat je aanhoudt, krijg je vermoedelijk voor een groot deel mee uit de omgeving waarin je opgroeit. Om dat echt van jezelf te maken, heb je eigen ervaringen nodig. En die komen niet vanzelf als elke stap voelt als een examen.
Waarom ‘gewoon durven’ niet werkt
Als de cirkel draait om vermijden, lijkt de oplossing simpel: durf meer. Maar dat advies ziet over het hoofd hoe de cirkel werkt.
Onderzoek naar motivatie onderscheidt twee soorten doelen. Bij het ene soort wil je iets bereiken. Bij het andere soort wil je iets voorkomen: niet falen, niet slecht overkomen. Wie vooral het tweede soort doelen heeft, heeft minder plezier in wat hij doet en haalt er minder uit. Dat komt niet door een gebrek aan moed. Wie tegen zichzelf zegt “durf nou gewoon”, stelt zichzelf nog steeds dezelfde vraag: ga ik slagen of falen? Alleen staat er nu nog meer op het spel.
De uitweg is dus niet meer durven. De uitweg is: zorgen dat er minder op het spel staat. Maak een stap zo klein dat hij mag mislukken zonder dat jij mislukt.
Onrust is informatie
Er is nog een aanwijzing waar mensen in deze cirkel vaak overheen kijken. Veel mensen die niet weten wat ze willen, voelen wel iets. Een vage onrust. Een verlangen dat ze niet goed kunnen plaatsen. Jaloezie op iemand die iets doet wat ze zelf nooit zouden durven. Vaak zien ze dat als ruis, of als ontevredenheid die weg moet.
Het kan ook iets anders zijn. Soms trekt iets je wel, maar herken je het nog niet als iets van jezelf. Het is er wel, maar het heeft nooit ruimte gekregen. Misschien was het er in je omgeving niet. Of anderen deden het altijd al, zodat het nooit jouw vraag werd. Wat geen ruimte krijgt, verdwijnt niet. Het wordt onrust.
Daardoor is onrust een van de bruikbaarste aanwijzingen die er zijn. De vraag is dan niet hoe je haar kwijtraakt, maar waar ze naartoe wijst.
Hoe je eruit stapt
Een cirkel doorbreek je niet in één keer. Wel kun je op een paar plekken de druk eraf halen.
Klein en dichtbij. Begin niet met de grote vraag wat je met je leven wilt. Begin met iets wat dicht bij je huidige werk of leven ligt, maar net iets anders is. Een project waarin je een andere rol neemt. Een middag meelopen met iemand van wie het werk je nieuwsgierig maakt. Iets leren zonder dat er een diploma tegenover staat. Wat nog ontbreekt, bouw je op vanuit wat er al is. Je dwingt het niet in één keer af.
Een vraag, geen bewijs. Bedenk vooraf wat je wilt weten, niet wat je wilt bereiken. Dus niet: “ik moet bewijzen dat ik dit kan”. Maar: “ik wil merken wat dit met me doet”. Zo’n experiment kan niet mislukken, want elke uitkomst geeft een antwoord.
Kijk achteraf naar jezelf, niet naar de uitkomst. Vraag na afloop niet eerst of het gelukt is. Vraag wat je raakte, wanneer de tijd vanzelf ging, en waar je energie van kreeg of juist energie verloor. Die antwoorden zijn het echte resultaat.
Geef het tijd. Na één experiment weet je nog niet wat je wilt. Dat wordt duidelijk na een reeks. Het groeit mee met de ervaringen die je opdoet. Er is geen termijn waarbinnen het duidelijk moet zijn.
Voor wie anderen begeleidt
Voor iemand in deze cirkel is “Wat wil je?” geen open vraag. Het is een examenvraag waar hij het antwoord niet op weet. Dat maakt de druk groter, en juist die druk houdt hem vast.
Vragen over ervaringen werken beter dan vragen over wensen. Wanneer ging de tijd voor het laatst vanzelf? Waar ben je jaloers op? Wat zou je proberen als het niet hoefde te lukken? En als iemand iets heeft geprobeerd: vraag niet “Hoe ging het?”, maar “Wat heb je over jezelf gemerkt?”
Die laatste vraag verbindt deze reeks. Wie zijn zekerheid leent van wat lukt, raakt op den duur leeg van wat hij goed kan. Of hij zet geen stappen meer. De weg terug is in beide gevallen dezelfde: ervaringen opdoen waarbij de uitkomst geen oordeel over jou is. Pas dan kun je ontdekken wat van jou is.
De me.scan laat zien welke thema’s je van nature aantrekken en welk gedrag je als eigen herkent. Ook laat de me.scan zien welke thema’s je wel aantrekken, terwijl je het gedrag dat erbij hoort nog niet als eigen herkent. Hoe dat samenhangt met trots en vertrouwen, lees je in het verdiepende artikel Trots en vertrouwen: wat er onder het gedrag ligt.
Dit is het laatste van drie artikelen. Het eerste ging over het verschil tussen zekerheid die je leent en zekerheid die van jezelf is. Het tweede ging over de route naar uitputting: waarom juist mensen bij wie het lukt moe kunnen worden van wat ze goed kunnen.
Achtergrond
- Elliot, A.J. & Church, M.A. (1997). A hierarchical model of approach and avoidance achievement motivation. Journal of Personality and Social Psychology, 72(1), 218–232.
- Ibarra, H. (2003). Working identity: Unconventional strategies for reinventing your career. Boston: Harvard Business School Press.
Benieuwd naar je eigen talent?
Start met de online intake en ontdek je fundament.
